De ziel is een energievorm met een eigen
bewustzijn en hij streeft altijd naar ontwikkeling.
De ziel zal zich telkens weer verbinden met een
menselijk lichaam, totdat hij genoeg van het leven heeft geleerd.
Tussen verschillende levens in, heeft de ziel een pauze, waarin hij
zijn wonden likt, heelt en uitrust, om zo uiteindelijk weer plannen te
maken voor een volgend nieuw leven, of een andere zijnsvorm. De
zielenwereld is psycho-plastisch, wat betekent dat alles wat de ziel
zich voorstelt, ook zo gebeurt.
Stelt hij zich bijvoorbeeld voor in Parijs te zijn, dan is hij ook in
Parijs.
In onze fysieke wereld is dat heel anders. Daar
kun je je wel voorstellen dat je een
fijn huis bij het bos hebt, maar dit betekent niet dat je dat
ogenblikkelijk ook hebt.
Op de aarde is alles veel bewerkelijker en daardoor kan alles veel
intenser beleefd, ervaren en doorvoeld worden. Zielen komen uit een
wereld waar verlangen en verbeelding de werkelijkheid creëren.
Daarom is het voor kinderen, die net uit de zielenwereld komen zo
moeilijk te aanvaarden dat ze hun wensen niet direct kunnen realiseren
door ze alleen maar te willen.
De ziel zal zich als alles goed gaat steeds dieper
incarneren. Dat betekent dat de
ziel zal zeggen “ik ga het leven aan, wat er ook
gebeurt” (zie basis-chakra).
Een goed geïncarneerde ziel zegt "ja"
tegen het leven en dit heeft tot het gevolg
dat de aura vanaf het hoofd goed in het lichaam zakt. Slecht
geïncarneerde mensen hebben vooral bij hun hoofd veel energie
en meer naar beneden steeds minder; ze willen immers niets met dat
lichaam en de aarde te maken hebben. Deze mensen
leven voornamelijk in hun hoofd en zijn daarom minder geaard en zijn
dus minder levenslustig.
Waar de aura zwak is, kunnen energetische
invloeden van buiten gemakkelijk naar binnen komen. Bovendien kun je
daardoor energie verliezen, waardoor je vatbaarder bent voor ziektes.